[vorige] [index] [volgende]

Col de la Croix de Fer 

Vrijdagmiddag 2 maart. Krokusvakantie Regio Noord. Het Stadionplein slibt dicht met  vele tientallen autobussen voorzien van opzichtige opschriften als Go Go -Tours, Snowtrexx en Peter Langhout. Aha, daar is mijn bus: Camelot Sportieve Reizen. De tweede chauffeur doet het bagageluik open en welgemoed schuif ik mijn tas naar binnen. 'Kan ik een plaats zoeken?', vraag ik hem. 'Zeker mijnheer', antwoordt de man vriendelijk, 'gaat uw gang.' Monter betreed ik de bus en zoek een strategische stoel: geen raamkant maar gangpadkant, koffie-automaat en WC achter me, dus geen gehijg in mijn nek. 'Wat gaan wij doen, mijnheer?'  De eerste chauffeur spreekt mij bestraffend toe alsof ik een kleine jongen ben. 'U kunt niet zomaar gaan zitten, u krijgt een plaats toegewezen!'  Er zijn vele schakeringen mogelijk onder ons mensen en ik hoed me er dan ook altijd voor om te snel te oordelen. Als het echter  op buschauffeurs aankomt zijn er maar twee soorten: goede en foute. Dit was een foute. Ik haal adem om iets te zeggen, maar slik mijn woorden in. In discussie gaan met foute chauffeurs is een zinloze exercitie en heeft nadelige gevolgen die door geen enkele reisverzekering worden gedekt.

'Gaat u daar maar zitten', zegt hij en wijst op een stoel aan de raamkant. Op de stoel aan de gangkant had iemand een tas gelegd als een soort afpaling van zijn territorium. De stoel wordt vervolgens opgeŽist door een man van middelbare leeftijd. Een docent Nederlands, zo blijkt later. Onderwijsvolk kun je indelen in twee soorten, eigenwijze en hele eigenwijze. Deze behoort tot de laatste categorie. 'Dit is mijn stoel', verklaart hij en klopt demonstratief op de leuning alsof hij de zetel persoonlijk gekocht heeft. Ik wring me naar de raamkant en ga stoÔcijns zitten. Ik besluit, noodgedwongen, om hem voor de duur van de reis niet te haten maar te gedogen.

Vervolgens worden de meeste plekken ingenomen door een groep van zo'n vijfentwintig snowboarders. Amsterdamse lieverdjes van gemiddeld twintig jaar. Het voelt als een invasie en ik schiet in een spontane mid-life crisis door de confrontatie met dit jonge spul. Er zijn twee soorten jongeren. De eerste is beleefd en welopgevoed en zit op het MTRO, van de tweede soort zat een representatieve delegatie bij mij in de bus. 'Hee maddafakka, ga je skiŽn of snowboarden?', vraagt een enigszins gedrogeerde jongen met honkbalpet aan mij. 'Eh, skiŽn', beken ik schuchter. 'Ha,ha,ha', lacht de jongen,'die doed is faya!' Een meisje met tatoeages een strak truitje en een zichtbare navelpiercing mengt zich in het gesprek. 'Je moet gaan snowboarden, man. Dat is vet heftig. Als jij een goeie three-sixty maakt kun je zo een nasty bitch scoren.' De jongen met de pet knikt instemmend. 'Die chick is flex  als jij vet moeilijk bent, joe dik?' Ik  brom iets instemmends en concentreer me op een drie dagen oud weerbericht  in de Volkskrant.

Na een tocht van drie uur, onderbroken door de onvermijdelijke vrijdagmiddagfiles, kondigt de chauffeur aan dat er een half uur gestopt zal worden bij Nederweert. 'NEDERWIET', pavlovt de jongerengroep in koor en op de parkeerplaats wordt dit modern agrarisch product rijkelijk geconsumeerd.

De bus rijdt verder, het is donker geworden en ik probeer de slaap te vatten. Net als ik onder zeil ben, voel ik een arm tegen mijn zij. Het is mijn buurman die in zijn slaap nu ook nog een deel van mijn territorium gaat opeisen. Het begrip "ongewenste intimiteiten" krijgt voor mij een nieuwe betekenis. Door mijn pogingen om ieder lichamelijk contact met mijn buurman te vermijden doe ik vervolgens geen oog meer dicht. Na een lange doorwaakte nacht over de Franse tolwegen kondigt chauffeur Jan (de foute) aan dat er bij de volgende stop een heerlijk ontbijtje voor ons klaar staat. Blij verrast over deze onverwachte geste strompel ik de bus uit, smachtend naar een geurig kopje espresso en een warme croissant. De chauffeur blijkt echter nog fouter dan ik al gedacht had. Mťt ons komen wel 20 bussen tegelijk bij het wegrestaurant L'Arche aan. In het restaurant is er geen doorkomen aan. Niks ontbijt! Ik besluit om te wachten tot de file opgelost is, maar bedenk dat ik ook nog Frans geld moet pinnen. Als ervaren reiziger weet ik dat dat goedkoper is dan guldens wisselen in Nederland. Nu zijn er twee soorten geldautomaten, functionerende en niet-functionerende. Op het beeldscherm van de automaat die ik aantref staat te lezen: "momentanement hors service, veuillez-nous excuser" 'Merde', vloek ik binnensmonds. Met het aanroepen van deze excrementen word ik opeens bewust van een toenemende rectale aandrang en spoed me naar de toiletten. Daar aangekomen zie ik dat er een rij van dertig meter voor het vrouwentoilet staat. Opgelucht dat ik van mannelijke kunne ben, baan ik me een weg door de haag van wanhopige dames. Bij de herentoiletten aangekomen blijkt echter dat ook dit laatste bolwerk van mannelijke suprematie door een emancipatoire beweging van schaamteloze vrouwen met hoge nood is geslecht: alle zitprivaten zijn door de dames opgeŽist. De aanwezige mannen proberen onder de spiedende blikken van de wachtende vrouwen hun plas te doen in de urinoirs. 'Shit, merde', mompel ik, 'ook dat nog.' Ik besluit me te vermannen en mijn stoelgang uit te stellen tot de aankomst in het skidorp St.Sorlin D'Arves. Het duurt echter nog uren voordat we op plaats van bestemming zijn. Met buikkrampen en x-benen betreed ik het hotel om eindelijk ongestoord gehoor te kunnen geven aan de roep van de natuur. 'Enfin', roep ik, en mijn humeur klaart op. Ik besluit ondanks alle ontberingen die middag nog te gaan skiŽn. Ik heb mijn zinnen gezet op het bedwingen van  Col de la Croix de Fer. Na al over de Col de la Madeleine geskied te zijn, wil ik ook deze voor wielrenners legendarische bergtop aan mijn palmares toevoegen. Ik kom bij de sleeplift aan. Difficile, 60% staat er op het bordje. 'Niks moeilijk, eitje', denk ik terwijl ik tegen de steile berghelling omhoog word getrokken.

Maar hoogmoed komt voor de val. Daar ga ik. Ik blijk in de Tiefschnee van een meter diep te zijn gekomen. Lopen is onmogelijk. SkiŽn impossible. Kontje voor kontje moet ik 200 meter naar beneden schuifelen. Anderhalf uur later kom ik eindelijk aan bij de rode piste die leidt naar het door mij begeerde IJzeren Kruis. Nu zijn er twee soorten pistes, open en gesloten..........  

De Raaf

[vorige] [index] [volgende]