[vorige] [index] [volgende]



Col de la Madeleine

'First bend and zen put your stiek in ze forwrd motin'. De sopraan van ski-juf Chantal trilt door de ijle berglucht. Haar uitspraak van het Engels is even bekoorlijk als haar volmaakte parallelle bochtentechniek. 'Pool, you must not keep your knees stief when you go over the boeumps'. "Inspectrice Clouseau" schiet het door mij hoofd terwijl ik mijn gewicht op de dalski probeer te houden. 'Pool, 'ow ies your 'iep?' zingt ze bij de volgende stop. In mijn beste Frans vertel ik haar dat mijn heup de ongelukkige schuiver van de eerste dag goed doorstaan heeft. Chantal negeert mijn goedbedoelde poging om in haar moers taal te communiceren en gaat onverstoorbaar verder in Franglais. 'Now we are going to put ze knees over ze skis and ze stieks upwrd'. In een duizelingwekkend tempo suizen we naar beneden om daarna tegen een steile helling omhoog te gaan. Ik ontwikkel met mijn 85 kilo zoveel eenparig versnelde beweging dat ik over de helling word geslingerd en met moeite tot stilstand kom. Dan valt mijn oog op een bord: Col de la Madeleine, 2000 m. Een gevoel van grote blijdschap maakt zich van me meester. Ik heb een col bedwongen! Niet klimmend dan toch dalend. Ik mijmer over de vele grootheden uit de wielersport die over de weg hier, ergens verborgen onder de sneeuw, een herosche strijd hebben uitgevochten. Voldaan kijk ik om me heen. Een prachtig vergezicht strekt zich voor mij uit. De zon boort een gat door de wolken en daar verschijnt de Mont Blanc, adembenemend mooi en ongenaakbaar. 'Eind april ga ik nog een keer, maar dan naar Oostenrijk' poch ik tegen mijn "niveau 2"-genoten, 'skin met lentetemperaturen op de Kitzsteinhorn.' 'Zo, en die leraren maar klagen dat ze te weinig verdienen' zegt Monica, een management consultant, met een lichte ondertoon van jaloezie in haar stem. 'Dat doen ze ook', beaam ik, 'maar dit is onder werktijd. Wij gaan onze studenten kennis laten maken met het toeristisch product wintersport. De school betaalt voor ons.' De verholen jaloezie van mijn skiklasje maakt nu plaats voor openlijke afgunst. 'Zo, Pool' zegt Gaston, een ingenieur uit Maastricht, 'dan lopen de collega's van jouw sjgool zeker wel te hoop voor zo'n buitenkansje?"
'Nou nee', zeg ik aarzelend, 'de meesten blijven toch liever thuis'. De afgunst maakt nu plaats voor onbegrip.
'Wablief?', roept Gaston, 'Hoe izzut mogelijk!' Ik begin me een beetje onbehaaglijk te voelen; van mijn bluf is weinig over. 'Pool, you come wies us?' Gelukkig is daar Chantal die redding brengt. 'We are going wies the skilieft to ze Col du Mottet and tsere we will go down on ze red piste.' Ik neem mijn stokken in n hand en stop de sleeplift onder mijn zitvlak. Met horten en stoten trekt de punaiseveer me over de eerste berghelling. Dan volgt het rustige stuk en glijd ik kalmpjes voort, het spoor volgend. Ik adem de zuivere berglucht in en geniet van het landschap. Een zwerm alpenkauwen vliegt voorbij. 

De Raaf

[vorige] [index] [volgende]