[vorige] [index]

Black Pete 

Een enkel wit exemplaar daargelaten zijn de meeste raven zwart. De Raaf heeft zich om die reden dan ook altijd meer aangetrokken gevoeld tot Zwarte Piet dan tot Sinterklaas. Op bovenstaande jeugdfoto uit 1966 geef ik dan wel braaf een handje aan de goedheilig man, maar dat was onder de gegeven omstandigheden een noodzakelijke voorwaarde om het door mij begeerde pakje in ontvangst te mogen nemen. Mijn echte sympathie lag toch bij de Pieterbaas (Pieterknecht heb ik altijd nogal een neerbuigend woord gevonden). Elke Piet was bereid mijn reikhalzend uitgestoken kinderknuistje met pepernoten te vullen. Ik was vooral gek op die harde, steenvormige noten waar je je melkgebit op kapot kon bijten. Geen één zwarte vriend meende mij eerst de les te moeten lezen, een zedenpreek te moeten afsteken of, zich beroepend op een dik rood boek, een requisitoir te houden van mijn misdrijven en overtredingen van het afgelopen jaar. Piet stond meer aan mijn kant, terwijl Sint in mijn beleving toch meer de gevestigde orde, de ouderen, vertegenwoordigde. Ik vond het altijd ook nogal een ontluisterend gezicht dat zo'n stramme, hoogbejaarde man in een kanten jurk op zijn schimmel gehesen moest worden. Als ik 's avonds mijn schoen zette, dan deed ik daar altijd een grote peen in voor zijn paard. Niet om de Sint te behagen maar uit mededogen voor zijn witte ros die, in mijn beleving, beter af was geweest als hij een schillenkar had moeten trekken.
Nee, Piet was mijn vriend en van zijn roe en zijn zak was ik ook niet bang. Ik was dan nog wel jong maar ze konden mij niet wijsmaken dat wij brave kindertjes moesten zijn, terwijl de goedheilig man wel naar believen kinderen mocht laten mishandelen en naar Spanje mocht laten kidnappen. Gek, overigens, dat die roe en zak tegenwoordig niet meer als bangmakers worden gebruikt om het goedheilig gezag af te dwingen. Volgens de laatste pedagogische inzichten zou de tere kinderziel daar niet tegen kunnen. Diezelfde tere kinderziel heeft op zevenjarige leeftijd wel enkele duizenden televisiemoorden moeten verwerken en via zijn computerspelletjes enkele tienduizenden tegenstanders naar de andere wereld geholpen. De Zwarte Pieten zijn tegenwoordig ook minder zwart. Dat zou in onze multiculturele maatschappij nogal gevoelig liggen. 
Dit doet mij denken aan die ene keer dat ikzelf Zwarte Piet was. Ik woonde toen in New York en de voorzitster van de Netherland Cub of New York
had mij gevraagd of ik Zwarte Piet wilde zijn op een sinterklaasfeestje van Nederlandse expatriates en hun kinderen. Ik greep de uitnodiging met beide handen aan. Eindelijk mocht ik ook eens ongelimiteerd dansen, springen en peppernuts rondstrooien. Ik kreeg een prachtig fluwelen pietenkostuum aangemeten en werd uiteraard pikzwart geschminkt. Nu moet u weten dat De Nederlandse club is gehuisvest op West 51st Street, vlakbij Rockefeller Centre. Het is een statig gebouw waar ook andere organisaties hun domicilie hebben. Zo was er ook een kantoor van de Republikeinse Partij. Nadat ik geschminkt was ging ik in vol pietenornaat naar de lift: het heerlijk avondje zou gaan plaatsvinden op een andere verdieping. Me verheugend op wat ging komen, stapte ik de lift in en drukte op de knop. Pas toen realiseerde ik me dat ik niet alleen was. Bij mij in de lift stond een grote zwarte Amerikaan. Hij keek me doordringend aan en ik kleurde dieprood onder mijn schmink. Wat moest hij wel niet van me denken? Dat ik een blanke Republikein was die zijn huidskleur belachelijk maakte? Een soort Al ("Sonny Boy")Johnson après la lettre?
Ik herinnerde me de met honkbalknuppels gewapende Afro-Amerikanen op Times Square die schreeuwden dat Jezus een zwarte man was geweest. Ik dacht terug aan een demonstratie van Louis Farrakhan's Nation of Islam-aanhangers op de UN Plaza waar ik getuige van was. De uniformiteit van zijn Afro-Amerikaanse aanhang, mannen met vlinderdasjes en vrouwen met lange witte gewaden, die blijkbaar allen zijn anti-joodse en anti-Koreaanse gedachtegoed omarmden, het was beangstigend. Ik keek schielijk naar de man bij mij in de lift. Hij zag eruit als een intellectueel, misschien was hij een advocaat die een lawsuit tegen mij uit zou brengen vanwege negative stereotyping.
Net toen ik wat verontschuldigends wilde zeggen , stopte de lift en maakte de man aanstalten om uit te stappen. Hij opende de liftdeur en draaide zich nog een keer om. 'Nice outfit', zei hij met een diepe stem en grijnsde vriendelijk.

De Raaf

[vorige] [index]