[vorige] [index] [volgende]



Jong geleerd
 
Collega's, De Raaf was laatst in Utrecht voor een miniconferentie over de "Invoering taakbeleid vrije model". De uitnodiging vermeldde dat de conferentie van 13.00 tot 17.00 uur zou plaatsvinden, waarna er een informele naborrel zou volgen. Taalgevoelig als ik ben vroeg ik me af wat ik me hierbij allemaal moest voorstellen. Het woord conferentie klinkt gewichtig. Daarbij denk ik aan beraadslagingen die tot besluitvorming leiden. Maar het woord mini deed mij vermoeden dat dat wel mee- ,of zo u wilt, tegen zou vallen. 
En als er een naborrel was zou er dan ook een voorborrel zijn? En zou deze dan misschien formeel in plaats van informeel zijn? Vol verwachting spoedde ik me naar de Domstad. Aangekomen bij ons zustercollege Hoogsticht werd ik naar een zaal geleid waar boven de deur een bordje hing met het opschrift auditorium. Bij het lezen van dit woord begon ik onraad te vermoeden. Auditorium betekent immers gehoorzaal. Mijn donkerbruin gevoel werd bevestigd toen ik de zaal betrad. Deze bestond uit schuin oplopende collegebanken, gevuld met ASA-collega's. Voorin stond een lange tafel waarachter vijf heren zaten. Het enige wat ontbrak was het groene laken, of tenminste een tafelrok die de voetbewegingen van de vijf heren aan de waarneming van het ASA-gehoor onttrok. Het was me duidelijk. Dit was geen conferentie-opstelling De Raaf mocht niet spreken. De Raaf moest toehoren (wat weer net iets anders is dan luisteren) 
Nu heb ik nogal een gnante afwijking. Ik heb een aandachtscurve van ongeveer twintig minuten. Wordt deze tijdsspanne overschreden, dan gaan mijn oogjes dicht (Mijn snaveltje was al toe, lieve kijkbuiskinderen.) U begrijpt wat ik wil zeggen. Vijf sprekers achter elkaar is te veel gevraagd voor mij. Zeker, als niet alle heren over de flux de bouche en de esprit beschikken die noodzakelijk is voor spreken in het openbaar. Nee, ik ga geen namen noemen. Ik noem mijn ware naam per slot van rekening ook niet. Ook de modernste powerpoint-presentatie vermag mij op zo'n moment niet uit mijn sluimertoestand te halen. Er zat n briljante vondst in een van de presentaties, dat moet ik die spreker nageven. Op het grote scherm werd het woord betekend geprojecteerd. Betekend met een 'd' in de derde persoon enkelvoud! Ik was opeens klaarwakker. Ik ben nogal taalgevoelig zoals u weet. Ongetwijfeld was dit een bewuste taalfout van de spreker, bedoeld om het ASA-publiek bij de les te houden. Na ruim anderhalf uur non-stop luisteren mocht De Raaf eindelijk zijn sufgeprate hersencellen met cafene oppeppen. Na de koffiepauze mochten we in de kantine blijven. Een lange olijke man verzorgde het volgende programma-onderdeel: "Hooghouden, de kunst van het loslaten" Het was een ludiek intermezzo, ongetwijfeld door de organisatoren ingelast om de lijdensweg van vr de pauze zo snel mogelijk te vergeten. De man was een jongleur en entertainer en kon mij in tegenstelling tot de voorgaande sprekers wel boeien. Jonglerend met drie ballen wist hij ook nog in rap tempo ijzersterke teksten te produceren. Na zijn act zette hij alle aanwezigen aan het werk om binnen twintig minuten de basisprincipes van het jongleren onder de knie te krijgen. De deelnemers die het kunstje doorhadden kregen van hem een sticker opgeplakt met de eervolle tekst more balls than most. De Raaf bracht er niets van terecht. Naast taalgevoel heb ik ook wel balgevoel, maar niet voor drie tegelijk. Tot mijn verbazing waren het vooral de managers die de ballen omhoog konden houden. Een inner circle van gestropdaste en gemantelpakte leidinggevenden tekende zich af. Mensen met more balls (and more money) than most.
De Raaf begreep nu het geheim van hun succes. De manager met ballen kan loslaten. Hij die de ballen vasthoudt, heeft geen ballen. Plots kreeg ik een gouden idee voor het Management Development-traject. Niks geen peperdure assessments meer, nergens voor nodig. Geef de kandidaat-manager drie jongleerballen en je ziet zo of hij/zij uit het goede hout gesneden is!
Na de ballenact was het meest essentile onderdeel van de middag gepland. Werkgroepen zouden "voorzetten" mogen geven hoe het taakbeleid vrije model op de colleges moest worden ingevoerd. De Raaf is dol op voorzetten geven. Vroeger was ik rechtsbuiten bij de rkvv JEKA (rooms-katholieke voetbalvereniging Jeugdig Enthousiasme Kan Alles) en ik was altijd beter in n bal voorgeven dan drie ballen hooghouden. Groot was mijn teleurstelling toen dit onderdeel werd geschrapt. 'Tijdgebrek', zei de dagvoorzitter. Vind je het gek, met vijf sprekers achter elkaar! Toch geef ik hier al een voorzet voor het volgende gremium. Voer de MTRO-takenkaart als opvolger van de taakbrief in. Docenten krijgen per blok zes taken waarvan ze er n mogen missen. Mist de docent meer dan n taak, dan krijgt hij inhaaltaken als het verkopen van schoolfoto's, het invullen van eetmatrijzen en het begeleiden van het Oud Papier-project. Welke diepe spits kopt deze voorzet in? 

De Raaf

[vorige] [index] [volgende]