[vorige] [index] [volgende]

Verstrooiing

Het zijn voorwaar woelige tijden, vrienden. O tempora, o mores zouden de oude Romeinen gezegd hebben. De Raaf wil geen zwartkijker zijn maar deze eenentwintigste eeuw is maar net begonnen, en zij begint nu al apocalyptische trekjes te vertonen. Vroeger, in de twintigste eeuw, kon je nog lachen. Tegenwoordig moet je je woorden op een goudschaaltje wegen. Laatst was ik op een verjaardagspartijtje in het zuiden des lands. Een Brabantse dame van middelbare leeftijd vertrouwde mij in sappig dialect toe: 'Ons Vaoder is verstrooid.' 'Is hij erg verstrooid? vroeg ik met geveinsde belangstelling (Het was zo'n feestje van gezellig met zijn allen in een uitdijende kring, waarin ik klem was komen te zitten tussen enerzijds een mevrouw die wilde praten over de laatste aanbiedingen bij Intratuin en de al eerder gememoreerde dame.) 'Hoe bedoelde gij da, errug verstrooid? Gewoon verstrooid!' antwoordde zij met een lichte stemverheffing en keek mij doordingend aan. 'Nou, ik bedoel ik ben ook wel eens verstrooid, maar ik denk dat ik wel erger verstrooid zal zijn als ik een jaar of 80 zal zijn. Alhoewel, mijn moeder noemde me al een verstrooide professor toen ik acht was.' Met deze laatste opmerking probeerde ik het ijs te breken en haar een glimlach te ontlokken. Hetgeen mislukte. De mevrouw staarde me ijzig aan en in haar hals werden rode vlekken zichtbaar. 
'Probeerde gij mij in de moaling
te nemen, menneke. Ge kunt maor enen keer in oew leven verstrooid worre en dat is agge dood bent!'
De rest van het gezelschap hield door deze uitbarsting verschrikt zijn mond en keek afwachtend naar mij. Ik voelde me alsof ik onvoorbereid een les moest geven die geobserveerd werd door twee Marieten, drie peercoaches en het gehele College van Bestuur. 'Je bedoelt dat je vader dood is?' zei ik op een tiende van mijn doceervolume. 'Ja, snapte gij ut nou. Hedde doar al die tijd veur deurgeleerd? We hebben ons voader gekrimmeerd en op een strooiveldje verstrooid. Vandaog wilde ik hem een bloemeke brengen maor toen wis ik nie meer onder welken boom zunne as lag.'
'O sorry, hoor. Wat dom van mij', verootmoedigde ik mezelf. 'Maar heb je hem nog gevonden? 
'Wa bedoelde gij, hem gevonden. Hoe kan da nou, d'r is niks meer van hem over. Ik zee toch dattie gekrimmeerd is. Zeg, blijfde gij bezig!
'O sorry, ja, nee, ik bedoel...heb je de boom nog gevonden?' klamzweette ik.
De mevrouw keek me met grote onbegrijpende ogen aan
die door haar brillenglazen nog drie keer zo groot werden. 
'Wa denkte gij nou!', gilde ze, da ik naar dun strooiplek ga om een bloemeke aan een boom te geven? Bende gij wel goed snik? Ik kom doar veur ons voader en nie veur een of andere platoan, eikel!
'Ja, natuurlijk, stom van mij, nee, ik bedoel..de plek waar de verstrooiing was.' Het leek of ik alleen maar meer olie op het vuur kon gooien. De mevrouw liep nu dieprood aan en trok alle registers open. 'Hoe hoalde gij ut in oew hoofd om da VERSTROOIING te noemen als oew eigen vader doodgaat. Da is helemaol gin verstrooiing. Da is heel errug. Bende gij wel helemaol normaol? Ik snap nie dat ze jou veur unne klas laoten staon!
Ik haalde adem om nog wat te zeggen maar ik besefte dat onder de gegeven omstandigheden zwijgen goud was. 'Kom, ik moet maar eens gaan' , sprak ik quasi tot mezelf, 'bedankt voor de gezelligheid, mensen, tot ziens.'
Mijn afscheid werd niet genomen. Het verjaardagsgezelschap staarde mij aan met ogen vol afkeer en onbegrip. De stilte was te snijden. Ik wenste ter plekke onzichtbaar te worden en wurmde me een weg naar buiten... 

De Raaf heeft geleerd van dit voorval. Niet alle communicatiestoornissen
kunnen voorkomen worden maar mensen die bewust misverstanden en taalvervuiling, kortom RUIS veroorzaken kunnen niet hard genoeg aangepakt worden. Daarbij richt ik mijn pijlen natuurlijk vooral op het onderwijs. Wat dacht u van deze uitlating van voormalig staatssecretaris van Onderwijs Jacques Wallage naar aanleiding van de teloor gegane basisvorming: 'De basisvorming was bedoeld als een gereedschapskistje voor het leven...' Brrrrrrrr! En wat dacht u van het CDA-kamerlid Mosterd die het had over een weeffout(arrrgggghh!) die bij voortschrijdend inzicht (jakkes!)aan het licht was gekomen. Al dit soort metaforen hebben maar één doel: het maskeren van het eigen onvermogen; falen en fouten niet willen toegeven. Ze veroorzaken ruis en vervuilen de taal; simpele Nederlandse woorden zijn daardoor niet langer eenduidig.
Mijnheer Wallage, heeft u een timmerman wel eens over zijn gereedschapskistje horen praten? En heeft u eigenlijk zelf wel eens een spijker in de muur geslagen? In hoeveel keer? 
Vrienden, blijft waakzaam!

De Raaf

[vorige] [index] [volgende]