[vorige] [index] [volgende]



Het sprookjeshuwelijk

Heel lang geleden, in een klein land omgeven door woeste wateren en wilde wouden, leefde een prins. Voluit heette hij prins Wettelijke Aansprakelijkheid maar zijn roepnaam was W.A. Van jongs af aan was hij als kroonprins voorbestemd om de troon over te nemen van zijn moeder, Koningin B. (haar afkorting K.B. kreeg de bijbetekenis Koninklijk Besluit). De prins groeide op in weelde. Hij bekwaamde zich in de wilde zwijnenjacht, de krijgskunst en vele takken van sport. Net als zijn grootvader had hij een voorliefde om aan het roer te zitten van vaartuigen die de zwaartekracht trotseerden. Het oog van de natie was voortdurend op hem gericht. Als jongen had de prins daar niet zoveel problemen mee, maar als jongeman begon hij steeds meer de last te ervaren van zijn koninklijk keurslijf. Elke misstap die hij beging werd door de couranten breed uitgemeten en door herauten in elk klein dorp van zijn koninkrijk omgeroepen. Het volk in zijn land, kleingeestig van aard, schiep er genoegen in, om autoriteiten van hun voetstuk te stoten. De mensen hadden er plezier in om hem te voorzien van weinig vleiende bijnamen als "Prins Pils", terwijl hij toch hetzelfde gedrag vertoonde als medestudenten die daar niet op werden aangekeken. Als hij weer eens met een van zijn rijtuigen de bocht was uitgevlogen was het hele land in rep en roer. Maar W.A. wist van de prins geen kwaad. Zijn moeder verzekerde hem keer op keer dat hij als W.A. geen all-risk dekking had en op deze manier zijn no-claim korting bij de Koninklijke Stallen zou verspelen. Maar de prins gooide in zijn jeugdige onbezonnenheid het hoofd in de wind. Léven wilde hij, net als ieder ander. Op een goede dag ontmoette hij bij een feestmaal een beeldschone jonkvrouw en verloor zijn hart. Haar naam was M.L.I. (waar deze letters voor staan is bij de overlevering verloren gegaan). De jonkvrouw kon de goedkeuring van de koningin echter niet wegdragen. Zij zei tegen haar zoon:

Wilt gij den troon bestijgen
Dan zult gij haar niet krijgen
Maar wilt gij haar verkiezen
Dan zult ge al verliezen
Zij spreekt met zoete honing
Maar wil u slechts als koning

De prins koos eieren voor zijn geld en verbeet
zijn verdriet. Om zijn mooie jonkvrouw te vergeten stortte hij zich in het werk. Hij werd door een Spaanse baron gevraagd toe te treden tot een internationaal gezelschap van prinsen en edellieden die om de vier jaar een toernooi organiseerden voor de ridders uit alle windstreken van de toenmalig bekende wereld. Daarnaast nam hij in zijn koninkrijk het beheer van de wilde wateren voor zijn rekening. Hierbij moet gezegd worden dat de prins een voorliefde had voor water in bevroren of kristalachtige toestand. Het liefst bond hij de ijzers onder om incognito te schaatsen langs de elf winterpaleizen in het noorden van zijn land. Of hij trok naar het Rijk in het Oosten om op lange latten van de bergen naar beneden te glijden. Maar ondanks al deze bezigheden bleef zijn hart hunkeren naar de ware liefde. Toen, op een goede dag, trof Cupido weer doel. Op bezoek in het land van sinaasappels en olijven werd ontmoette de prins de vrouw van zijn dromen. Zijn uitverkorene was een jonkvrouw uit een land ver overzee. Haar naam was Reina de Belleza Máxima. De prins smolt bij haar ontwapenende glimlach en haar ogen die de hemel beloofden. De prins wist het vanaf het eerste ogenblik, met Maximale Zekerheid. Zij moest en zou zijn vrouw worden. De prins nam haar mee naar zijn vaderland om haar aan zijn ouders voor te stellen. Maar de Duistere Doemheks, die altijd op de loer ligt om jonggeliefden het leven zuur te maken, had lucht gekregen van de prinselijke trouwplannen. Op de avond dat de prins zijn geliefde voor het eerst meenam naar het ouderlijk paleis en ze net gezellig met zijn allen aan de koffie zaten, verscheen ze in een wolk van vuur en zwavel. De heks priemde haar knokige wijsvinger met een nagel zo lang als een vleesmes in de richting van de prins en gilde met een stem van ijswater:

Gij zult haar niet gelukkig maken,
Haar hart blijft altijd koud
Daar zal ik over waken
Als heks is mij dat toevertrouwd
Zij heeft haar hart verloren
Het is in mijn beheer
Het zal geen kroonprins toebehoren
Nu niet, nooit niet, nimmermeer
Want zo staat het geschreven
Er komt geen einde aan uw smart
Gij zult uw liefdesdorst niet kunnen lessen
Uw liefde wordt door mij als heks getart
Hoed u voor excessen

Met een afgrijselijke gil loste de heks weer op Een gil alsof duizend nagels over een schoolbord getrokken werden (whiteboards en viltstiften bestonden in die tijd nog niet). De Koninklijke Familie zat als genageld op hun stoelen, lijkbleek en doodsbang. Maar de geliefde van de kroonprins lachte minzaam. Ze zei op zangerige toon:

O lieve Ma, O lieve Pa
Vreest niet voor het geluk van uwen zoon
Mijn naam is simpelweg Mássima
De eksen hoor je niet, gewoon
'Eksen en essen die haal ik door elkaar
Al die exen van de prins die zijn mij om het even
Ik zal vormen met die prins een paar
En hem beminnen heel mijn leven 

Op het moment dat de mooie vrouw deze woorden had uitgesproken, begonnen het buiten te donderen en te bliksemen en staken er hevige rukwinden op. Even onverwacht als het opkwam verdween het onweer na een paar minuten. De Koninklijke Familie keek naar buiten. Daar waar eerst een gladgeschoren gazon was, was plotsklaps een boom de grond uitgekomen. Het was een es, maar als je goed keek zag je in de kronkelige takken de tentakels van de heks nog terug. De heks was een es. Een hekses. De Duistere Doemheks was overwonnen en veranderd in een boom. Nu stond niets meer het geluk van het jonge paar in de weg, de kroonprins hoefde niet meer bang te zijn voor excessen. Herauten verkondigden in alle steden en dorpen van het land het blijde nieuws over de verloving van de kroonprins. Boeren, burgers en buitenlui snelden naar het koninklijk paleis om een glimp van de aanstaande bruid op te vangen. Het land raakte in de ban van de schone jonkvrouw. Alleen de kerkbestuurders waren minder in hun sas. De jonkvrouw had een ander geloof dan de kroonprins. De belangrijkste problemen waren dan wel uit de weg geruimd, dat wilde volgens de kerkelijke autoriteiten nog niet zeggen dat er geen nieuwe konden worden gecreëerd. Het ging hen er niet om wat de jonkvrouw zei te geloven, maar vooral welke naam ze dat geloof gaf. Ook al geloofden de prins en de jonkvrouw precies hetzelfde, daar hadden de kerken geen boodschap aan. Voor hen was de verpakking belangrijker dan de inhoud. Na een eindeloos getouwtrek hierover werd een stuivertjewissel-compromis bereikt: de kroonprins nam het geloof van zijn bruid aan, en de bruid het geloof van de kroonprins. Zo hadden de kerken allemaal evenveel gewonnen als verloren en was iedereen tevreden. Op een zonnige januaridag gaven ze elkaar in de hoofdstad van het koninkrijk het jawoord. En ze leefden nog lang en gelukkig. 

De Raaf

[vorige] [index] [volgende]