[vorige] [index] [volgende]

Bloom-lezing

Dierbare kleinzoon,

De bomen krijgen weer hun bladren 
Het voorjaar komt, de lente neigt
De winter voelt zijn einde nadren
Door bottend loof en kwik dat stijgt,

Maar Bloompje, hoever zijt gij gezonken?
Welk leed prangt uw gemoed?
Waart gij wellicht beschonken?
Werkt uwen geest nog goed?

Zijt gij dan al vergeten
De lessen die ik gaf?
Gij wilt er niets van weten 
Ik draai me in het graf

De poŽzie verkrachten
Doet gij, O taxonoom
Den dichter te verachten
Onderricht gij zonder schroom

Waar zijn uw helden van weleer?
Wat is de reden van uw wrok?
Waarom stak gij de Muzen neer
Met uw Romiszowski en De Block?

Perfide zijn die heren
Lelijk, bot en ook gemeen
Hoe kunt gij hen in hemelsnaam eren?
Ik pleng een traan, ik ween

Gaat gij dit nu ook doen met mijn poŽmen?
Fileren met uw slagersmes?
Manglen door uw systemen?
Neen zwijg, nu lees ik ķ de les 

Een poŽet zet gij niet gevangen
Met uwe codes en dies meer
De dichter zingt zijn verlangen
Zegt: Ik besta, want ik creŽer

Mijn dichterswonde moet ik deppen
Gij neemt, ik ben bevreesd
De vrijheid om te scheppen
D'ontplooiing mijner geest

Heilige koeien eren zij,
die heren taxonomen
Getallenprut en letterbrij
Is al waar zij mee komen

Zij scheiden met hun codes
Dat wat onscheidbaar is
Draconisch hun methodes
Hun motieven ongewis

Zij menen te omvatten
De mensch, het woord, de geest
Komt gij in hunne jatten
Dan bent gij er geweest

Geen woord zult gij meer schrijven
Geen toets zult gij doorstaan
De braveriken blijven
En dringen braaf vooraan

Ik laat me door u niet knechten
Het is genoeg geweest
Ik verzet me, ik blijf vechten
Ik heb een vrije geest

De taxnomie verdrijven,
Dat is mijn enig doel
Deze modegril zal niet beklijven
Dat zeg ik op gevoel

Bloompje. open toch al uw zinnen
Voor vogelzang en bloemengeur
Laat geen taxonomen binnen
Wijs hun beslist de deur

Hij die voor taxonomen zwicht
Zal meer dan lijf en goed verliezen
Het is des dichters dure plicht
De vrijheid te verkiezen

Wee gij die toegeeft aan hun dwang
Uw denken te verkwanslen
Groot wordt in mij de drang
U te kastijden en te ranslen

Toetstirannen uit mijn klas
Ik houw ze neer, ik pak ze
Ik wou dat ik twee nomen was
Dan kon ik samen taxen

Deez' wartaal is voor R en De B.
't Evangelie van 't examen
Gaat gij in hun dwaalleer mee?
En zegt gij ja en amen? 

Het lijkt nog maar zo kort gelee
Alsof het nog bestaat
De dichter was toen nog tevree
Domweg gelukkig in de Dongestraat

Je liefhebbende grootvader, J.C. Bloom 

De Raaf

[vorige] [index] [volgende]